Dwang

Als een kind telkens terugkerende angstige gedachten heeft dan kun je spreken van dwanggedachten. Het kind is bijvoorbeeld bang dat het ziek wordt als het iemand een hand heeft gegeven. Deze dwanggedachte kan leiden tot een dwanghandeling, namelijk onmiddellijk de handen grondig willen wassen. Een kind gaat het handen schudden zo mogelijk uit de weg. Een andere dwanggedachte, die in een dwanghandeling kan overgaan, kan zijn dat het kind vindt dat de deur van zijn kamer op een bepaalde manier moet worden gesloten. Het is bang dat er anders ‘s nachts in zijn slaap iets ergs met hem of iemand uit het gezin zal gebeuren. Vaak is een kind zich wel bewust van het feit dat zijn angsten niet gegrond zijn. Maar het is heel moeilijk om er los van te komen. Het kind kan geen weerstand bieden aan de gedachten en handelingen, terwijl de dwang als een ware kwelling wordt ervaren. De angst dat er toch iets misgaat, overheerst. Een dwangstoornis gaat vaak samen met somberheid, een gedragsstoornis of ADHD.

Mogelijke behandelingen en ondersteuning bij dwang

Afhankelijk van de hulpvraag inventariseren we, in overleg met u, welk behandelaanbod het beste aansluit bij uw kind. Hierbij maken wij gebruik van wetenschappelijk onderbouwde behandelmethoden. Meestal bestaat de behandeling van kinderen/jongeren met dwang uit een combinatie van uitleg aan ouders, school en kind/jongere over de classificatie (= psycho-educatie), cognitieve gedragstherapie (individueel of groepsgewijs) en ouderbegeleiding.